



Het Project wordt twee maal gegeven; de eerste keer van september tot december voor de eerste 75 leerlingen; de tweede keer voor de volgende groep van 75 leerlingen van januari tot mei.
Iedere donderdagmiddag gedurende twee lesuren (blokuur) volgen de leerlingen het project. We hebben gekozen voor een vakoverstijgende werkwijze, d.w.z. dat wij als drie docenten in ieder blokuur gezamenlijk opereren met die groep van 75 leerlingen.
Gedurende zo’n 12 weken krijgen de leerlingen iedere maal een nieuw onderwerp met verwerking dat op een uitdagende manier wordt gepresenteerd.
De onderwerpen
1. Introductie Project GLM. Leerlingen maken kennis met 12 beoordelingswoorden, uit elk vak komen er 4. Daarmee leren zij beoordelen wat zij in het project horen en zien.
2. Film ‘The Wave’. Groepsvorming levert machtsvorming. Godsdienst heeft te maken met krachten: spirituele kracht (authentieke kracht) en groepsmacht (niet authentieke kracht).
3. Buurthuisbezoek. Kennismaking met Moedercentrum ‘De Koffiepot’ in Den Haag en met Vadercentrum (met buurtvaders) in Den Haag.
4. Film ‘Paradise Now’. Ontdekken dat een zelfmoordactivist altijd handelt vanuit een onverwerkt trauma (en niet vanuit godsdienst) en daardoor gemakkelijk bestuurbaar is door een dominante begeleider.
5. Bureau Discriminatiezaken op bezoek. Trainingen om discriminatie inzichtelijk te maken en hoe ermee om te gaan.
6. Antisemitisme in Europa. Bezoek CIDI-medewerkers.
7. Bezoek aan twee gebedshuizen naar keuze: synagoge, moskee, mandir, Sikh huis.
8. Film ‘Not Without my Daughter’. Verschil islam in islamitisch en westers land.
9. Spreekster: Anna Meijerink over haar vlucht uit een ultra rechtse sekte in Amerika. Doel: de wurggreep die een dominante groep kan uitoefenen.
10. Leerlingen bestuderen geweldsteksten uit de vier grote godsdiensten: jodendom, christendom, islam en hindoeïsme.
11. Gespreksforum met vier vertegenwoordigers van de vier godsdiensten over geweldsteksten. Leerlingen stellen hun vragen.
12. Bijwerkmiddag. Leerlingen werken hun dossier bij.
13. Openboekrepetitie.







