



De gymnasiumopleiding onderscheidt zich van de algemene vwo-opleiding (atheneum) door het onderwijs in de klassieke talen, Grieks en Latijn. De gymnasiast krijgt door het onderwijs in de klassieke talen iets extra's mee op het gebied van woordbegrip, tekstinzicht, taalbeheersing, culturele vorming en analytisch denken.




In klas 4 en 5 krijgen gymnasiasten tevens het vak Klassieke Culturele Vorming (KCV). Bij dit vak staan thema's en activiteiten centraal die verbonden zijn met de cultuur van Grieken en Romeinen en de doorwerking daarvan in latere tijden.
Tevens wordt in het desbetreffende jaar bij het vak KCV de Romereis met de leerlingen voorbereid. Die reis wordt, bij voldoende belangstelling, om de twee jaar georganiseerd voor gymnasiasten uit vwo 4 en 5.




De gymnasiumopleiding begint in het tweede leerjaar met het vak Latijn, dat als keuzevak wordt aangeboden aan de vwo-leerlingen (zowel in de stroomklassen als in de basisklassen).
In het derde leerjaar krijgen de gymnasiasten naast Latijn ook het vak Grieks.
In de Tweede Fase, dus vanaf klas 4, volgen gymnasiasten Grieks en/of Latijn en doen ze ten slotte eindexamen in ten minste één klassieke taal als ze het gymnasiumdiploma willen behalen.






